Binnenland

Engels gesproken colleges en Engels geschreven scripties in een Nederlandstalig vakgebied. Is het goed of slecht dat meer en meer Nederlandse universitaire opleidingen in het Engels worden gegeven? De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) buigt zich daarover in een rapport dat morgen wordt aangeboden aan Minister Bussemaker van Onderwijs.

In het studiejaar 2015/2016 volgde zeventig procent van de universitaire masterstudenten een opleiding in het Engels. Bij de universitaire bachelorstudenten was dat twintig procent, bij het HBO ging het om acht procent. Uit de verkenning van de KNAW blijkt dat het aantal opleidingen in het Engels toeneemt. In studiejaar 2016/2017 studeerden er ruim 110.000 buitenlandse studenten in Nederland. Dat is het hoogste aantal ooit gemeten.

Voorstanders van Engelstalig onderwijs wijzen op de grensoverschrijdende mogelijkheden: een loopbaan in het buitenland zonder taalproblemen tussen internationale vakbroeders. Zo ook Louise Fresco, bestuursvoorzitter van de Wageningen Universiteit. Zij wijst op het voordeel van Engels voor alle studenten. “Door invloeden van buitenaf wordt het wereldbeeld vergroot en krijg je een betere kijk op de wereld.”

Nederland

De Leidse studente Marit de Roij is niet blij met de ‘verengelsing’ van haar opleiding: ze vindt dat de kwaliteit van de colleges eronder lijdt omdat ze merkt dat docenten zich er ook niet gemakkelijk bij voelen om in het Engels les te geven. Daarnaast ziet ze om zich heen dat sommige Nederlandse studenten inmiddels makkelijker in het Engels schrijven dan in het Nederlands, terwijl een deel van hen later toch in Nederland aan het werk zal gaan.

Josse de Voogd, voormalig docent aan de UvA en zelfstandig onderzoeker, betreurt het niveau van het Engels op de universiteit en vindt het daarnaast niet altijd nodig om een studie in het Engels aan te bieden: “De mensen die ze opleiden worden niet allemaal baas van de VN, die worden gewoon gemeenteambtenaar in Etten-Leur.”

Niet perfect

“Dat het Engels aan Nederlandse universiteiten verre van perfect is, vormt geen argument om het principe af te schieten,” meent Louise Fresco.

“Als ik om me heen kijk, zie ik dat maar er maar weinig mensen volledig vloeiend de taal spreken en schrijven. Invoering van het Engels betekent dus systematische bijscholing en begeleiding van docenten,” meent zij.

Het onderzoek van de KNAW schetst in opdracht van het ministerie de voor- en nadelen van Engelse opleidingen. Volgens het rapport hoeft Engelstaligheid niet ten koste te gaan van de kwaliteit van het onderwijs. Het onderzoek beveelt aan dat de keuze voor een taal bij de opleiding moet liggen, die moet zelf de nut en noodzaak van de gekozen taal bepalen. Daarnaast waarschuwt de KNAW wel dat er te weinig aandacht is voor de bewaking van de kwaliteit van het onderwijs in het Engels en van de training van Engelse en Nederlandse vaardigheden.