Binnenland

We staan voor een nieuwe energietransitie. Die zal even ingrijpend moeten zijn als de vorige om de planeet leefbaar te houden. En de vraag die kunstenaars Kris de Decker en Melle Smets opwerpen is: zouden we niet weer wat meer van onze eigen energie moeten inzetten om de wereld van duurzame energie te voorzien?

Het hebben van veel slaven was ooit de enige manier om er een beetje luxe levensstijl op na te houden. Want zonder toegang tot extra energie was het toch ploeteren als mens. Jezelf warm houden, voeden, een dak boven je hoofd hebben: alles kostte je je eigen energie. Dat wil zeggen, je moest het zelf doen of van een ander afpakken. Meer smaken waren er niet.

Steenkool en olie

Luxe zaken als complexere samenlevingen, democratie, een rechtstaat, ontstonden vooral daar waar slaven en dieren het zware werk opknapten (Athene, Rome, de VS). Pas met de komst van fossiele brandstoffen, de grootste energietransitie ooit, kwam er echt tijd voor leukere dingen.

Volgens sommige berekeningen betekende de komst van steenkool, en later olie, dat de westerse (beter gesitueerde middenklasse) mens de beschikking kreeg over een hoeveelheid energie gelijk aan die van 150 slaven. Dat maakte het leven een stuk makkelijker. En wel zodanig dat we nu als we energie kwijt willen raken, we onszelf afbeulen en in het zweet werken aan ingewikkelde apparaten die spierkracht en calorieën aan ons lichaam onttrekken.
 
Maar kunnen we diezelfde energie niet inzetten om de wereld van duurzame van energie te voorzien?

Duurzame gedachte

Het antwoord is nog niet zo simpel. Want wat de mens aan energie kan leveren, stelt bij het huidige prijsniveau van de stroom die uit de muur komt niet veel voor. Smets en De Decker willen in het experiment 'The Human Power Plant' 750 studenten van de Universiteit Utrecht in een groot pand zelf al hun energie laten opwekken. Volgens hun berekeningen kan iemand met een redelijk conditie zo’n 150 watt leveren in een uur. 

Met een enigszins normaal voorzieningenniveau zouden die studenten volgens diezelfde berekeningen zo’n 4 tot 6 uur per dag aan een fitnessapparaat moeten sleuren om in hun (minimale) eigen energiebehoefte te voldoen. Het is een duurzame gedachte, maar de vraag is of studenten dat willen en kunnen.

Eén kilowattuur energie uit het stopcontact kost 25 cent. Ze zouden minimaal dus tien uur moeten doorbrengen op een home trainer of een roeimachine om dat op te wekken.

De inzet van menselijk energie leidt kortom tot nieuwe problemen en confronteert ons met een keihard gegeven: we leven nog steeds in een wereld waar kostbare energie ongelooflijk goedkoop is. De enige manier waarop mensen zelf iets gaan kunnen en willen bijdragen is als we vrijwillig, op eigen kosten aan een apparaat gaan sleuren om energie te leveren. Om dat te doen moeten we als het ware onze eigen slaven worden.

Nuttig bewegen

Hoe doe je dat? Door het ‘fun’ te maken. En wel zo dat we er bijna aan verslaafd raken. Verslaafd aan ’nuttig’ bewegen. Want op zich: wat is er mis met een uurtje per dag flink bewegen, en meteen 150 watt leveren om je telefoon op te laden, of je laptop?

Een suggestie: ontwerp een super verslavende game voor kinderen, met een low-tech batterij systeem, dat ze alleen kunnen opladen als ze eerst zelf fietsen roeien steppen of lopen. Hoe meer ze willen gamen, hoe meer ze zullen moeten bewegen. Dan zijn ze in de toekomst weliswaar verslaafd, maar ook fitter, slanker, duurzamer en energiebewuster. 

Want één ding hebben Smets en De Decker met hun human power plant wel aangetoond: de nieuwe energietransitie vergt in de eerste plaats een transitie van het denken. De Human Power Plant is tot 24 juni te zien op de Zero Footprint Campus op het Science Park van Utrecht.