Binnenland

‘NS: Asielzoekers mogen vanaf nu gratis met de trein.’ ‘De paus steunt Donald Trump.’ ‘Hillary Clinton runt een pedofielennetwerk vanuit een pizzeria in North Carolina,’ Fakenieuwsberichten lijken steeds vaker op te duiken. Met de onstuimige politieke campagnes in de Verenigde Staten en Groot-Brittanië richt de discussie zich meer en meer op de gevaren van dit soort misleidende berichten. Wordt het steeds moeilijker om echt van nep te onderscheiden en neemt daarmee het wantrouwen toe? 

De discussie over de omgang met nepnieuws staat inmiddels ook op de kaart bij de grote techbedrijven zoals Facebook en Google. Eerder kregen zij nog veel kritiek te verduren omdat zij tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen niet ingrepen bij nepnieuws.

De CEO van Facebook Mark Zuckerberg heeft inmiddels laten weten met een aantal maatregelen te komen waarmee Facebook nepnieuws wil bestrijden. Zo moeten gebruikersvoortaan een waarschuwing krijgen te zien als ze een bericht aanklikken dat onzin lijkt te zijn. Ook wil Zuckerberg een stokje steken voor de verdienmodellen van de accounts die nepnieuws verspreiden door het advertentiebeleid te veranderen.

Dit weekend kondigde Facebook aan in Europa zelfs nog een stap verder te gaan: in Duitsland gaat Facebook in de aanloop naar de landelijke verkiezingen in september samenwerken met factcheckers van een onderzoekscollectief om nepnieuws te bestrijden.

Dat Facebook juist Duitsland heeft uitgekozen voor dit initiatief is waarschijnlijk geen toeval. In de Duitse politiek gaan al langer stemmen op om het verspreiden van nepnieuws strafbaar te maken.