Binnenland

Nederland telt zo'n duizend musea, heel grote en ook kleinere. De kloof tussen de grote en de kleine musea groeit de laatste jaren.

De grote musea maken met professionele medewerkers spannende tentoonstellingen, krijgen meer subsidie, trekken meer bezoekers en floreren. Bij kleine musea ligt dit anders. Die musea moeten het vooral hebben van vrijwilligers, zijn veel minder ambitieus en hebben niet zo'n sterk verhaal naar subsidieverstrekkers.

De Museumvereniging, die de bezoekersaantallen, inkomsten en financiële ontwikkelingen hebben geanalyseerd, benoemt dit in een rapport als volgt: "Tussen grote, middelgrote en kleine musea bestaan grote verschillen in bezoeken, baten, lasten en het personeel. Bij de kleine en middelgrote zijn de ontwikkelingen beduidend minder florissant dan bij de grote. Zij kampen met een negatief exploitatiesaldo, bij de grote is dat juist fors positief."

In EenVandaag bezoeken we het Nederlands Volksbuurt Museum in Utrecht. In de studio vertelt museumadviseur Taco Pauka over de problemen waar kleine musea tegenaan lopen.