Binnenland

In mei krijgen we bijna allemaal weer vakantiegeld. Een heerlijk verworven recht waarvan we eigenlijk de oorsprong niet meer kennen. Daarom blikken we in Eerder Gehoord terug naar de oorsprong van ons vakantiegeld. Dat doen we met Sjaak van der Velden, vakbondshistoricus verbonden aan het Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. 

1968

In 1968 is het recht op vakantiegeld in de wet vastgelegd maar daarvoor was het iets dat in de CAO’s van sectoren werd geregeld. En dat ging niet altijd zonder slag of stoot. In 1966 kwam het zelfs tot rellen in Amsterdam omdat een bepaalde groep bouwvakkers minder vakantiegeld kreeg dan een andere groep.

De reden dat het in 1968 een wettelijk recht werd was dat de vakbonden ook vonden dat mensen iets met hun vrije dagen moesten doen. Het was niet de bedoeling dat ze een beetje gingen bijklussen, maar juist dat ze hun zinnen gingen verzetten.

Vakantie

Er is namelijk door de vakbonden gestreden voor betaalde vrije dagen. Dat begon allemaal in 1910 met de vakbond van diamantbewerkers, de ANDB, die bond wist als eerste een aantal onbetaalde vrije dagen voor de leden te regelen.

De diamantbewerkers waren daar erg blij mee. Het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam heeft allemaal ansichtkaarten in het archief uit die tijd. Deze werden door dankbare vakbondsleden verstuurd naar de bond.

Kijk hier voor de kaarten uit 1910.

Die vakantie was toen nog onbetaald, later hebben de vakbonden het voor elkaar gekregen dat werknemers doorbetaald werden tijdens hun vrije dagen.

Lekker weg

Vervolgens wilden de vakbonden er dus ook vakantiegeld bij. Die vrije dagen waren namelijk bedoeld om te ontspannen en arbeiders moesten ook eens iets nieuws gaan doen en er op uit. De bonden wilden dus ook hun arbeiders verheffen. Er moest dus geld bij zodat arbeiders ook iets met hun vrije dagen konden doen.

Nu

De bedragen die we er nu in mei bijkrijgen zijn niet te vergelijken met de bedragen destijds. Daarnaast werken we tegenwoordig veel minder, denk aan vijf dagen tegenover zeven dagen begin 1900. Je zou ons nu eigenlijk heel verwend kunnen noemen.

Toch zijn er nu ook mensen die het geld als reserve wegzetten. Uit onderzoek van ING blijkt dat ongeveer 60% het vakantiegeld uitgeven en dat 40% het oppot.