Binnenland

Jarenlang behandelde hij patiënten met een dwangneurose, zonder iets te laten blijken van het feit dat hij er zelf ook een had. Psychiater Menno Oosterhoff lijdt aan 'compleetheidsdwang': met niet-perfectie kan hij niet leven. Om de onrust te bezweren moet hij bepaalde handelingen verrichten. 

Twee jaar geleden kwam de psychiater op zijn website uit de kast. Nu heeft hij er een boek over geschreven:'Vals Alarm', dat vrijdag verschijnt. Het "begon het te wringen" dat hij op zijn site in eerste instantie alleen als psychiater en hulpverlener sprak. "Het verhaal dat ik wil vertellen, is hoe dwang van binnenuit voelt. Niet hoe het er van buiten uitziet. Het zou onwaarachtig zijn mijn eigen dwang te verzwijgen."

Bijna 250.000 Nederlanders hebben last van een dwangstoornis. Bij het grote publiek is deze aandoening vooral bekend in de vorm van smetvrees of controledwang, maar er zijn meer verschijningsvormen zoals ongewenste indringende gedachten en voorstellingen over agressie of seks, de permanente angst een ongeluk te veroorzaken, overgevoeligheid voor onvolledigheid en dwang om handelingen steeds opnieuw uit te voeren. 

Dwangpatiënten proberen een grote, innerlijke onrust te bezweren met handelingen die ze niet kunnen laten: schoonmaken, tellen, ordenen, controleren. De meesten doen dat vele uren per dag. Er zijn ook mensen die elke dag zeven uur bezig zijn om zich aan te kleden, omdat hun kledingstukken precies goed moeten zitten.

Oosterhoff: "Dwang is het onvermogen om op een natuurlijke manier om te gaan met wat onvolkomen is. De wereld is nooit helemaal in orde, volmaakte schoonheid, veiligheid of zekerheid bestaan niet. Het laatste beetje moet je opvullen met vertrouwen: het loopt wel los, het maakt niet uit. Als je dat niet van nature doet, ga je wel streven naar volledigheid. Maar die bereik je nooit, dus blijf je eindeloos bezig."

Oosterhoff zegt dat je dwang kunt vergelijken met jeuk: "Jeuk is zoals de obsessieve onrust bij dwang. Het krabben is te vergelijken met de compulsie die op korte termijn opluchting geeft, maar op lange termijn de obsessieve onrust doet toenemen."

Uit het boek 'Vals Alarm':

Had ik die envelop. nou weggegooid?

Mijn dochter treft me aan, zittend bij een omgekeerde container voor het oud papier. 'Wat ben jij aan het doen?' vraagt ze verwonderd. 'Ik moet even wat zoeken,' zeg ik. 'O,ja. In het oud papier,' zegt zem et milde spot, 'klinkt logisch.' 'Nee, het is dwangmatig,' leg ik haar uit en dan weet ze genoeg. Ze laat me mijn gang gaan. Ze weet dat dwang mij rare dingen laat doen. Ik zoch een bepaalde envelop om zeker te weten dat ik hem had weggegooid.