Binnenland

Bewapend met geweer en kettingzaag hebben stropers in een dierenpark bij Parijs een neushoorn dood geschoten, om er vervolgens met de hoorn vandoor te gaan En niet zomaar een: het gaat om ‘onze’ Vince, de neushoorn die vier jaar geleden werd geboren in de Arnhemse dierentuin Burgers Zoo.

De hoorn van neushoorn is veel geld waard omdat het in Azië een statussymbool is. Daarnaast wordt daar door mensen gedacht dat het een geneeskrachtige werking heeft. Het is sinds jaar en dag dan ook een populair doelwit voor stropers. Daardoor  daalt het aantal neushoorns in rap tempo: sinds de jaren ’70 is het aantal neushoorns met 90 procent gedaald.

Het is een hardnekkig probleem, weet de Nederlandse zakenman Jurgen Elbertse. Hij was tot voor kort eigenaar van een wildpark in Zuid-Afrika. Het beschermen van zijn twintig zwarte neushoorns in dat park nam dag en nacht in beslag. Bovendien stak hij er miljoenen in. “Eerst dacht ik dat het legaliseren van de handel een oplossing kon zijn. Maar met voortschrijdend inzicht zie ik nu in dat het op lange termijn geen stroperij kan tegengaan.”

Bram Büscher van de Wageningen Universiteit doet al jaren onderzoek naar de sociaal-economische en politieke kant van natuurbehoud. Hij heeft daarvoor meerdere malen het beroemde Kruger park in Zuid-Afrika bezocht. Volgens hem kan neushoornstroperij alleen een halt toegeroepen worden als er voor de inwoners rondom de parken de sinds jaar en dag bestaande ongelijkheid radicaal wordt aangepakt. 

In EenVandaag een gesprek met Büscher en Elbertse over het complexe probleem van de handel in neushoornhoorns en stroperij.

Tegenwoordig is Jurgen Elbertse directeur van een nieuw, groot privé natuurreservaat in Botswana, het Kwa Tuli Private Nature Reserve, van stichting Timba Afrika. Daar woont vooralsnog geen neushoorn, maar dat staat wel op de planning. Het reservaat moet namelijk onder andere de neushoorn herintroduceren.