Binnenland

Het had juichtelevisie moeten worden, maar dat pakte nou net even anders uit. De middag lag open voor een grootse huldiging van Feyenoord, helikopters en drones hingen in de lucht, Excelsior-coach Mitchell van der Gaag zei dat zijn thuishaven wel het strijdperk van een G8 ontmoeting leek en het ging om voetbal. 

Ja voetbal, een in de basis aardig spelletje dat op deze zondag opgekrikt zou worden tot een groot, verdiend en liefderijk orgasme vanuit Rotterdam. Het hele volk der Bataven was het erover eens: Feyenoord, de verpersoonlijking van opgestroopte mouwen en redelijk normaal doen, mocht “de schaal” als heilige graal ontvangen en de stad Rotterdam, als de fans zich tenminste een tikkie koest zouden houden, kon een etmaal of wat feest gaan vieren. Terecht, verdiend en eenieder kon daar mee leven. Soms hebben we in dit land van die heldere momenten. Als gevoel en gunnen samenvallen, als reden zegeviert boven onwaarschijnlijk plat geneuzel over voetbal, als mensen een zekere vorm van prettig aandoende nederigheid tonen. 

Ik zette zeven minuten voor het einde van de wedstrijd Excelsior-Feyenoord de tv aan en dacht meteen “er zit iemand te slapen” toen ik de stand 3-0 in beeld zag. Dat moest 0-3 zijn, dacht ik nog. Niets is zeker in het leven en zeker de uitslag van een voetbalwedstrijd niet.

De a.s. kampioen van Nederland werd door een vette degradatiekandidaat het kleine kunstgrasveld afgespeeld. Of er niets aan de hand was en dat was het ook: er was niets aan de hand. De fragiliteit van het bestaan werd weer eens mooi neergelegd in de uitslag van een voetbalwedstrijd. Belangrijk? Neen, in het grote wereldplaatje geenszins, maar voor wie het aanging natuurlijk wel. Er klonk een eindsignaal, de trainer van Feyenoord rende met beschaafde, zekere pas naar de kleedkamers en toen kon de mooiste televisie sinds jaren gaan beginnen.

Uh… neen dus. De spreidstand waarin de makers terechtkwamen deed hen uit de broek scheuren. Het werd een mixture van beelden van Woudenstein, de kleine thuishaven van Excelsior, de Kuip, een paar kilometer verderop, aan de andere kant van de Maas waar tienduizenden samen waren gekomen om naar een scherm te kijken en ook een vette vla aan woorden, soms zinvol, vaak uit de clichétrommel getrokken, balancerend tussen realiteit en droom via de o zo dunne nababbels.

Sommigen, vooral de winnaars van de middag, bleven koel en genoten met licht kippenvel van het feit dat ze niet hoefden te dansen op een Feyenoord-feestje. Dat was dus het journalistieke gedeelte van de rouwmis die vervolgens echt vorm moest krijgen.

Excelsior, zo luidde de consensus van woorden van velen, had terecht en verdiend gewonnen, zoals heel Nederland Feyenoord als de terechte en verdiende nationaal kampioen had benoemd. Blijkbaar is er, en dit is een bijna lelijke tussengedachte, in Nederland weinig verschil tussen kampioen en degradatiekandidaat. Niet alleen bij het nationale voetbal, maar kennelijk in de hele samenleving: we zijn een doodgewoon, gemiddeld, grijs volkje dat zo soms eens wint en zo soms eens verliest. En met dat bestaan zijn de meesten ook wel tevreden.

De televisiemakers van deze middag bij FOX ook? Ik weet dat niet. Wat ik zag was in ieder geval niet wat ik wilde zien. Een goede, snapse regisseur had alle registers opengetrokken om de fel teleurgestelde Feyenoord-supporters fraai in beeld te nemen en te houden. Ik moest te vaak naar een kaart kijken waarop te lezen stond dat er gewacht werd op meerdere interviews. Of die ertoe deden. Ik dacht: dat vind ik helemaal niet belangrijk, ik wil zo heel graag die supporters zien in hun keiharde, bijna naakte bestaan. Heel even zag ik wat ik wenste zien: leed, troost, tranen, gewoon mooie beelden van mensen die er maar verdrietig bijzaten, die niet konden beseffen dat hun weekenddroom hier even ophield: Feyenoord was nog geen kampioen en dat deed pijn.

Neen, ik ben geen masochist, maar ik kijk graag naar de realiteit, ook rondom sportwedstrijden en die realiteit lag hier voor het opscheppen. Misschien had ik een verkeerd kanaal van FOX gekozen, maar ik zag het nauwelijks en in ieder geval niet prettig geregisseerd en uitgezonden.

Met tientallen camera’s aanwezig had hier een fantastisch filmpje gemaakt kunnen worden, ja, ook nog “live” uit te zenden, maar dat te kunnen doen, vraagt een enorm vakmanschap. De busreis, de aankomst bij het eigen stadion, ik zag het allemaal met droge ogen aan en dacht: hoe zou het toch met Martijn Lindenberg zijn, de televisieregisseur die jarenlang dit soort evenementen voor de NOS maakte. De man die begreep hoe een verhaal via beelden verteld moest worden. Een vakman. Er kwam een mooi topshot van de klaarstaande bus van Feyenoord. Een verwende voetballer gaf zijn tutmobieltje aan een oudere man die het voor de speler in het bagageruim van de bus plaatste. Formidabel beeld, tekenende situatie.

En later nog heel even een paar verward ogende fans, half in de tranen, half verdoofd.
Maar: veel te weinig van dit prachtig mooie tafereel. Veel mooier dan al die vrij loze woorden van Hans Kraay jr. met zijn babbelgasten Licht leed kan ook strelend zacht en liefelijk worden geregistreerd. Maar helaas…

Ik keek naar de bus en las de woorden: ”Niets is sterker dan dat ene woord” op de achter flank. Inderdaad. Ik dacht aan het woord vakmanschap. Of klasse. Of eigenlijk het gebrek daaraan. Jammer, wat een kans.

Ik zou het heel leuk vinden Feyenoord de volgende week kampioen te zien worden. Maar de mogelijkheid bestaat dat…Het blijft immers sport.

Maar dit weekend was dus voer voor echte televisiemakers, laat ik het daarop houden.

Ik schakelde even door bij FOX en zag de aanvoerder van Go Ahead. Hij moest in Amsterdam iets zeggen over de degradatie die voor hem en zijn club een feit was.De man oogde nuchter en koen. Hij verschool zich nergens en zei eigenlijk waar deze hele middag wel recht op had: “Oké, we degraderen dus, maar dat is niet het einde van de wereld, hoor.”

Dank je wel, Sander Fischer, je zette eenieder weer even op aarde terug.

0 reacties
Wil je ook reageren ga dan naar Facebook