Binnenland

De berichtgeving over de plotselinge dood van de Italiaanse wielrenner Michele Scarponi leverde afgelopen weekend vele trieste gevoelens bij volgers van de wielersport op.

Omver gereden door een blijkbaar onoplettende vrachtwagenchauffeur. Het is de kille beschrijving van wat er gebeurde met de 37-jarige prof die op zaterdagochtend een trainingsritje begon in zijn woonplaats Filottrano.

Door de dag verschenen er vele reacties van vele geschokte wielrenners; de consensus van alle woorden: Scarponi was een uiterst sympathieke, vriendelijke, goedlachse man die een voorbeeld voor velen was.

Juist: over de doden niets dan goed en dat is maar beter ook dat het zo gebeurt.

Of?

Scarponi, die ik menigmaal de Paulus de Boskabouter van het Italiaanse profpeloton noemde (en Paulus was een heel slim mannetje, weet u nog wel) tijdens reportages van koersen waar hij reed en ik sprak, was prof sinds 2002 en reed voor een aantal Italiaanse, een Spaanse en op het laatst voor een Kazachstaanse ploeg. Niet al die teams hadden een goede naam in de internationale sport en Scarponi maakte in een aantal jaren ook de onderkant van de wielrennerij bij die organisaties mee.

Dat is dus een feit, dat zit mede vast aan het leven van de nu overleden renner, maar, zoals zo vaak, worden, juist op dagen zoals deze, die feiten weggepoetst of heel kort, heel voorzichtig en in de kantlijn genoemd. Fluisterend.

Neen, Scarponi was zeker geen heilige, zie zijn twee schorsingen vanwege het onzuiver omgaan met hem door beroemde dopingdoktoren aangereikte middelen.

Behalve overwinningen en opmerkelijke prestaties in grote koersen, behalve het feit dat het gehele profpeloton hem “aimabel” noemde, bestaat er dus ook een donkere kant van het wielerleven van de nu dode renner.

Ik zat te bedenken hoe je met deze wetenschap dient om te gaan. Mag je het noemen? Moet je het noemen? Wil je het noemen?

Ik bedoel; Scarponi werd dit weekeinde in alle necrologieën aangemerkt als winnaar van de Giro d’Italia toen de Spanjaard Alberto Contador gestraft werd door de hoogste wielerbazen voor vals spel. Door de naam Contador werd in 2011 een ferme streep gezet en de nummer twee van die Giro, Scarponi, schoof automatisch een plek op.

Ik weet nog wel dat de Italiaan zijn eerste reactie toen was dat hij liever op een andere manier de grote ronde in eigen land had gewonnen. Dat klonk sympathiek, maar die woorden lagen ook in de lijn der verwachtingen. Het was sowieso politiek correct, zo hoorde je zulke pijnpunten te behandelen.

En wie was één der eerste renners die met condoleances en warme gevoelens over de netten zeilde? Juist: Alberto Contador. Getroffen, geraakt, met pijn in zijn woorden.

Brother in arms.

Maar als je wel dit soort gegevens de wereld instuurt bij het omkijken in ’s mans carrière, mag dan die donkere kant niet passeren? Doen we dat niet omdat we een surplus aan piëteit voelen en als je ooit stoute dingen hebt gedaan, wil je die dan niet in smartvolle regels van condoleances tegenkomen…mag het (wieler)leven alleen maar mooi en lelieblank geweest zijn? Zit het zo?

Ik weet dat niet.

Scarponi was ook een kind van zijn tijd en hij deed wat hij deed, zoals de hem onringenden dat deden. Ja hij was ook stom, ook hij belazerde de boel en die feiten verdwijnen niet nu hij overleden is. Hij werd ooit voor anderhalf jaar aan de kant gezet en daar kwam later nog eens en periode van drie maanden overheen. Jazeker, recidivist, die het bestond te zeggen dat hij niet wist dat het aangeraden was niet met de bekende dopingarts Michele Ferrari contact te zoeken, wat hij dus wel gedaan had.

Hij was een hardwerkende wielrenner die deed wat hardwerkende wielrenners in die jaren bijna allemaal deden.

Ze wonnen soms, verloren veel meer en liepen soms weleens bij verkeerde artsen de deur binnen.

Is hij daarom een slecht mens?

Neen, zeker niet, maar wel een domme man op die momenten.

En op heel veel meer momenten was hij een geestige man die een papagaai had die Frankje heette en die hem op de schouder zat en met hem meepraatte.

Dat laatste vertedert, net zoals de foto van Scarponi met zijn twee jonge zoontjes je even flink bij de keel pakt. Zij vieren met zijn drietjes de laatste leiderstrui die hij verdiende, verleden week nog.

Verdomme.

De geschiedenis van deze karaktervolle wielrenner die helaas, helaas, van de weg gereden werd, laat zich niet alleen beschrijven in positieve, mooie strofen en feiten. Niet alleen in roze truien en etappezeges. Scarponi was, bij leven, zeker geen lieverdje en betaalde voor zijn zonden.

Wij mensen vinden het echter prettiger om doden die we ons herinneren met een lint van zalvende eer te omwikkelen. De wielerwereld heeft de neiging om bepaalde zaken voorzichtig onder de mat te schuiven en ze daar vooral te laten, een eigenschap die ik niet prettig vind.

Ik? Ik vond hem een leuke man, een aanvaller, een avontuurlijke klimmer, een noeste werker en ik kende zijn donkere kant van het leven. Ja, dat veroordeelde ik net zoals ik zijn goede zijden zag en hem graag Paulus de Boskabouter noemde. Die moeilijke spreidstand was ook mij niet vreemd.

Riposa in pace, Michele.