Binnenland

Alles wat oranje, rood, wit en blauw ademde, alles dat H.O.L.L.A.N.D. was en iedereen en alles die vindt dat schaatsen een sport is waar het kleine Bataven-volk achter de dijken zo fan-tas-tisch in kan presteren, moet toch met groen-paarse gedachten naar de twee “mass-start wedstrijden” gekeken hebben.

Toegegeven, er werd door veel Nederlands schaatsgebroed uitstekend gepresteerd en schaatsen leek natuurlijk wel op de open N.K., maar toen hadden we de twee laatste programmaonderdelen in Zuid-Korea nog niet gezien en beleefd.

Dus? Duimpjes hoog voor de heren Jan Smeekens, Sven Kramer en Kjeld Nuis. Zij presteerden op hoog niveau en je schepte de klasse van hun races af. Niets op aan te merken. Ireen Wüst mag ook blij zijn met een titel en teleurgesteld over een andere verloren koers, maar er waren toch ook wel wat momenten dat ik dacht: jeetje, hoe kan dit?

Eerst nog even dit: Jorrit Bergsma is een goede schaatser, maar hem in korte tijd drie of viermaal verbaal aan het werk horen als hij verklaart wat hij gedaan heeft, vraagt enige lenigheid van de luisteraar.

Ik denk dat hij in het Fries denkt, dan snel vertaalt en dan klinkt, ja, dan klinkt, het ja, wat, ja, gemankeerd. Ja is hier een stopwoord, zo u begrijpt.

Op zich niet erg, omdat nergens van een topsporter gevraagd of geëist zal worden dat zij of hij ook een goed of begenadigd spreker of spreekster moet zijn. Maar dit werd toch een probleem om aan te horen. Bergsma verloor tweemaal van Kramer en legde dat tweemaal ook uit; met horten en stoten, zodanig dat je met een beetje samengeknepen billen ging zitten luisteren. Het was een mix van excuses, dwaalgedachten, onafgemaakte zinnen, may-be’s en stukjes teleurstelling en frustratie.
De verklaringen aanhoren gaven je ribbels in de ziel.

Bergsma was fair and square tweemaal geklopt door Kramer en dat deed uiteraard bij hem pijn en gaf ook aan dat Kramer vooral ook in mentaal opzicht de betere stayer van de twee was geweest.
Het is Bergma’s coach Jillert Anema die nog weleens als stoker in dat hele proces bezig is (en dat knap en bijna ongezien doet en blijft doen), maar ook hier moest ook Anema zijn verlies toegeven: zijn pupil kon niet aan de klasse van Kramer komen, niet eens aan tippen.

En ja, ik ken Anema’s antwoord: wacht maar op de Olympische races van volgend jaar.

Afgelopen weekend lag er echter geen hoofdrol voor dit illustere duo, maar er lag nog een andere bijrol voor de Friesche coach weggelegd. Niet alleen in het vrouwentoernooi waar hij zichtbaar verrukt was dat zijn pupil Heather Bergsma naar twee zeer knap gereden races kon sturen (en dus o.a. Ireen Wüst kon verslaan) en die lol moet je hem ook gunnen, hoewel hij dit alles op bijna duivelse manier laat plaatsvinden.
Toch. Als coach sta je voor je eigen rijders en rijdsters en is iedereen anders ook de vijand, ook als er Nederland op het trainingspak staat, ook als het landgenoten betreft.

Die verhouding bestaat al sinds er commerciële ploegen in de (met name) Nederlandse schaatswereld bestaan. Die ploegen rijden eigenlijk het hele jaar tegen elkaar, met alles erop en eraan, inclusief bij tijden excessief lullig gedrag (en geroddel) tegenover en over de ander.
Een “wij-gevoel”, zoals de schaats-volger wellicht aanwezig acht, bestaat bijna niet in dat wereldje.

Het meest evident was dat bij de Olympische Spelen van 2002 in Salt Lake City toen de rijders en rijdsters van coach Peter Muller zich als bijna verwende popsterren gedroegen en door alle anderen van H.O.L.L.A.N.D. met de nek aangekeken werden.

Terug naar het nu van 2017. Anema had zijn lol bij de wereldtitels van mevrouw Bergsma, maar toen moest ook zij nog een keer rijden bij de mass-start (wat ze goed deed en waar ze lachend derde werd) en moest manlief bij Nederland nog het ijs op.

Laten we zeggen dat het niet erg gesmeerd liep bij de Nederlandse afvaardiging aan de mass-start. Kijk naar de uitslagen en je mist Hollandse namen (anders dan mevrouw Bergsma-Richardson).
Irene Schouten reed in een boeiende en vooral spannende finale zichzelf onderuit en Carien
Kleibeuker was er om uitlooppogingen van anderen ongedaan te maken en wist dat ze hier niet voor een medaille reed. Zij was slechts werkvoorbereidster, een ondankbare taak, maar zo liggen soms de rollen in de topsport.

Bij de vrouwen dus niet en de mannen dan?

Denken is soms moeilijker dan hard schaatsen.
Of het nou een kwestie van miscommunicatie was of wat dan ook…er deugde niets van.
Slimme rijders uit andere landen vernachelden het grote Nederlandse schaatsfeest door de koers open te scheuren en vol verbazing te merken dat stayer Bergsma het bij één flauwe contra-actie hield en dat afmaker Gary Hekman gefrustreerd en al over de finish kwam.
De camera’s vingen een weglopende coach Geert Kuiper die onrust in zijn schouders droeg en later zagen we Bergsma aan de boarding bij Anema staan. We konden niet meeluisteren, maar je zag ook aan de lichaamstaal dat hier geen happy campers stonden. Verwijten schoten door de Koreaanse lucht.

Een vrij succesvol kampioenschap werd tweemaal niet helemaal afgemaakt zoals het hoorde. De zure smaak van falen, vallen en niet nadenken en te laat reageren bleef over en dat verbaasde. Of toch eigenlijk niet? De buitenlandse rijders en rijdsters lachten massaal, in koor en luid, hun pret en lol naar de oranjeclub: gefopt…

In het verleden hadden “we” al meer problemen gehad als er met meer mensen in de baan moest worden gescoord. Ik herinner me nog een gênante ontwikkeling rond de Olympische mannen-achtervolgingsploeg in Vancouver…

Op een of andere manier lukt het niet bij die meer-rijders-disciplines een goede sfeer, een gesmeerde voorbereiding en een knap wedstrijdplan te ontdekken. Verschillende bloedgroepen zal ik maar zeggen. Of is het meer? Afgunst, jaloezie en erger?

In weerwil van de uitermate goede prestaties in de solo wedstrijden, werd het optreden van vertegenwoordigers uit het enige land ter wereld waar schaatsen behandeld wordt, zoals het hier behandeld wordt, een aanfluiting.
Ik zou dit gaarne goed gedocumenteerd in een fris en flink filmpje terug willen zien. Met Jeroen Stekelenburg en Bert Maalderink als spreekstalmeesters zonder rem erop en zonder dat ze lief moeten blijven tegenover alle betrokkenen.

Plaats dus voor de echte analyse.