Binnenland

Ondanks de fantastische heroïeke strijd op een tennisbaan in Melbourne, ondanks de verrassende sprintnederlaag van Marianne Vos bij het WK, moet ik toch iets zeggen over de fantastische opening van het wereldberoemde Thialf ijsstadion in Heerenveen.

U weet wel, met onze trotse koning die gevoel voor realiteit in de door hem uitgekozen ‘sportbezoeken’ weet te leggen. Natuurlijk moest hij erbij zijn toen Neerlands eigen heilige plek in de schaatswereld heropend werd.

Thialf, ooit onoverdekt en speeltuin voor de regen en wind, een ietwat partijdige scheidsrechter die nationalistische gevoelens liet voorgaan en toen al (in 1980) een beetje aan liegen deed waar dat heden ten dage pas voor ‘normaal’ wordt aangenomen. 

Immers, zeiden de hoofdscheidsrechter (Jan Charisius) en de ijsmeester (Jan de Jong), toen niet dat ‘alles eerlijk gegaan was’, woorden waar de ijsmeester later op terugkwam en toen, deemoedig en eerlijk, stelde, dat er gemanipuleerd was om Hilbert van der Duim aan zijn wereldtitel te helpen.

Dat Thialf dus; tempel van nationalistische ijsgevoelens, gezang, clownesk gedrag van duizenden Beerenburg-liefhebbers en mafkezen die ooit een spandoek ophingen met daarop de tekst ‘Rintje ik wil van jou een kindje’.

De vleesgeworden Beul van Lemmer, de veelvuldige kampioen, Europees, Nederlands, Fries of wereld, de man die in zijn eentje het commerciële schaatsen ‘uitvond’ en vormgaf, lachte die tekst weg. Zoals hij afgelopen vrijdag ook even moest lachen.
Maar wel lachen met iets van pijn in zijn ziel.

U heeft het meegekregen: Ritsma mocht de tent niet in omdat hij zijn uitnodiging had vergeten te retourneren. En regels zijn, zeker bij de geel-blauwe Feldwebels uit Heerenveen, regels.

Ooit kwam Bart Veldkamp zich bij de deelnemersingang melden. Hij was warm gaan lopen buiten het stadion en had vergeten zijn kaart om de nek te doen. Bij terugkomst werd Veldkamp door de diender bij de deur gevraagd: ‘Wat kom je doen?’

De Hagenees, nooit te beroerd voor een tegenvraag met enig vergif, zei snel: ‘Wat dacht je?’
De hellebaardier hield voet bij stuk en zei met vierkante kin, dat Veldkamp er niet in kwam.
Haastig optredende Hoofd-Feldwebels konden nog net het begin van de derde wereldoorlog stoppen. 

Een jaar nadat hij gestopt was met zijn werkelijk fenomenale loopbaan, trad Ritsma toe tot de rangen van de televisie-annalisten. Op weg naar zijn commentaarplek werd hij door een vierkante kop, waaronder geel-blauwe kleding zichtbaar was, aangehouden. 

De kop baste: ‘Kaart!’

Ritsma keek even licht geërgerd de man aan. Hij kende de man die duidelijk maakte geen grap te maken en nogmaals stelde: ‘Kaart’, waarna ik tegen de kop zei: ‘U weet wat Rintje hier komt doen, nietwaar?’
De kop bromde: ‘Kaart, ook om zijn nek’, en bleef pal voor Ritsma staan.
Ik was blij dat ik tenminste kon bewijzen dat ik hier recht op bestaan had, want ik had een kaart om.
Ritsma zei dat hij zijn kaart in een jaszak had gestopt en begon te graven.
De stilte toen was om te snijden.

De kop keek streng en ergens vandaan viste Ritsma zijn kaart op.
De kop stapte opzij, brommend.

Ritsma haalde zijn schouders op en vertelde me later dat hij de man in kwestie al jaren kende en soms een praatje met hem maakte.

Hij zei ook dat hij ervoor had moeten zorgen de kaart om zijn nek te hebben. De grote schaatser toonde begrip voor een daad van een lichte gek.
De manier waarop de man riep: ‘Kaart’ zal ik niet snel vergeten. Het was onbeleefd, grof, onvriendelijk en ongepast.

Dit verhaal ging eerst rustig liggen, maar werd na jaren wel een slapende aanklacht tegen het volkomen ongepaste gedrag van velen die bij Thialf aan een deur of een poort, een tribune-opgang of waar dan ook werden geposteerd.

Velen; deelnemers, journalisten of niets begrijpende invités kregen te maken met de bullebakken. 
Ja, ik ook.

Vanuit ons kleine NOS-studiootje moest ik zes meter een gang doorlopen om even een plas te kunnen doen in het zich daar bevindende toilet. Bij de tergend lange uitzendingen van weleer was zo’n plas wel een nodig en een reuze opluchting.

Omdat ik in beeld geen kaart om mijn nek droeg en ik ineens de drang voelde die verlichtende plas te gaan plegen, probeerde ik uit mijn kamertje de gang over te steken (juist, zes meter, misschien zelfs minder) en werd op werkelijk opmerkelijke manier tegengehouden door de (redelijk oude) man die daar als ordebewaker stond opgesteld.
Ook zijn credo was ‘kaart’.
Ik zei hem dat hij toch wist wat wij daar van de NOS zaten te doen, hij kwam n.b. bij ons buurten, dronk koffie mee of at een broodje, maar nu ineens moest ik eerst een kaart om mijn nek hangen, alvorens ik de vijf stappen naar de wc-deur kon nemen.

Ik probeerde eerst de man te overtuigen van zijn merkwaardige gedrag, maar hij ging breed benig voor me staan: ‘Je mag erdoor als ik je kaart kan zien.’

Ik was en ben niet van confrontaties, stapte terug, pakte mijn kaart uit een tasje, liet dat de man zien en hij bromde: ‘Om de nek!’ Echt waar.
De daaropvolgende plas was overheerlijk.

Wat nog wel opmerkelijk was? Bij onze na-de-race-borrel, schoof de hellebaardier geruisloos aan en dronk lekker gratis mee. Hij vroeg toen niemand om een kaart, de lafaard.

Afgelopen vrijdag werd Ritsma weer eens tegengehouden. Weer in de tempel die hij mede vormgaf, weer in de wereld die hij ontwikkelde, de wereld van de professionele schaatssport, weer op zo’n botte manier.

Ritsma koos voor een keizerlijk antwoord: hij boog het hoofd, zei dat hij vergeten had zijn uitnodiging te bevestigen en keerde zich om: dan niet. Zijn naast hem lopende maatje van weleer, Falko Zandstra, toonde zich, zoals het hoort, meteen fideel. Rintje er niet in, dan hij ook niet. Gegroet.

Wat is dat toch met die mensen in Thialf? Het is inderdaad van alle tijd, dat werkelijk onmogelijke, harde, onbuigzame, bijna brutale gedrag van die mensen die cameramannen op grove wijze hebben tegen gehouden, die met wijde armen deelnemers tegenhielden, die compleet niet doorhadden hoe de wereld werkelijk in elkaar stak. 

Het is er daar blijkbaar niet uit te krijgen. Die hellebaardiers, die onwetenden, die prutsers-bij-deur vroegen Willem Alexander toch ook niet of hij een kaart wilde tonen. Waarom niet? Onderkruipers.

Voor Thialf heeft Rintje Ritsma veel en veel meer betekend dan Willem Alexander die daar ook weleens een rondje heeft gereden. In een soort van jubelende Veronica-koppelkoers, kan ik me herinneren. Wel ‘cool’ van hem toen.
En uhhhh, werd Rintje Ritsma twee weken geleden niet breed en jubelend geëerd in ditzelfde stadion. Voor alles wat hij voor de schaatssport had betekend…

Namens de directie van de ijstempel werden later op de vrijdag excuses gepreveld.
Te laat, veel te laat en ongelukkig.

Het is daar in Heerenveen van alle tijd en het kwaad blijft gewoon in die harde koppen van velen hangen.
Heropvoeding wellicht?

0 reacties
Wil je ook reageren ga dan naar Facebook